bezoek voor den dag. Met bevende handen wikkelde het moedertje een klein pakje los, en toen de meester in het étuitje keek, waar, op rose watten, de mooie, oude zilveren naaldenkoker lag, die zij haar heele leven gebruikt had en die nu voor zijn nog zoo kleine doch-tertje bestemd was, toen kreeg hij het ook in zijn oogen...
En aldoor had hij het te kwaad, want je hebt nog zoo je eigen herinneringen, en die lieve, oude trekken van goede moeders lijken evenveel op elkaar als heur hartelijke zorgen en naïeve, kinderlijke beminnelijk-heid...
Maar hij hield zich taai, evenals zij; het was of die verre jongen tusschen hen in stond en met zijn goede, zachte stem 'n paar vriendelijke, kalmeerende woorden zei. En de meester humde alleen maar n beetje, toen hij de oude vrouw de trap af liet...
★ * ir
DE SCHATTEN VAN DE LAMP.... Ja, en zoo zou ik wel door kunnen vertellen... Zou zou ik wel, tot in het eindelooze, den juweelenketen van tafereeltjes, die ik onder den lampeschijn heb zien doorfonkelen, door de handen kunnen laten gaan... Maar zou ik het nog wel doen, lezer? Ik heb een idee dat gij zelf wel zulke glinsterende snoeren kunt samenstellen, uit de schatkameren der herinnering. En men moet ook van ophouden weten...
In ieder huis is wel zulk een lieve oude lamp, die tegenwoordig is geweest bij geboorte en dood, die het blijde kindje in zijn witte ponnetje heeft gezien, en een ander maal den dokter, gebogen over het bedje; die goedig het wachtend speelgoed heeft bestraald, en om een oud, vermoeid gezicht een warmen schijn getoo-verd; een stille, bescheiden getuige bij de heilige, ver
187