״De meester is ziek; dat heeft hij immers laten zeg-gen?״
״ ... Ja, maar we wisten niet..__'״ De groote jon-
gen kijkt schuin naar binnen, of hij ״t zaakje niet ver-
trouwt...
Wc wouën niet bij zoo'n vreemden knul zitten....
״Wat kom je eigenlijk doen?״״
״Ja.,, ziet u... de anderen staan op den hoek.. .״״
״Wie ... de anderen?'״ ״De heele klas .. .״״ Blijkbaar is de reus af-gevaardigd.
״Zijn jullie dan niet naar school?"
״We wouën niet bij zoon vreemden knul zit-ten..."
״Maar de meester is ziek."
״Is-t-ie . .., is-t-ie dan te bed?" Jeugd kan zich geen ziekte voorstellen.
״Wacht maar even, 'k zal 'm gaan zeggen dat jullie d'r zijn."
En na eenig heen- en weerpraten mocht Kees bovenkomen.
״Maar denk erom dat een zieke niet veel hebben kan."
Toen Kees eenmaal bij ״t bed zat, in 't licht van de lamp, kwam hij tot de overtuiging, dat de meester inderdaad ziek was. Hij dempte zijn grove stem, en
180