de banken der collegezalen plegen plaats te nemen om te luisteren naar het woord der professoren, en die maar al te vaak de Alma Mater slechts zoeken, om door haar een baantje machtig te worden; de pro-fessor toch moet al een heel geestdriftig priester der wetenschap zijn, die aan die starre koppen nog een vonk van werkelijke belangstelling weet te ontlokken!
Maar deze jongens, in hun eenvoud, zochten de ken-nis om haarzelfswille, zooals het kind in zijn blindheid de moederborst zoekt en vindt, en zij namen ze zoo gretig in, als zij met lust gegeven werd; en de avonden in het kroegje van den bleeken anarchist werden tot feesten van uitwisseling.
Verscheidene sporen, van die in hun soort pracht-menschen zijn geworden, leiden naar dit kroegje terug.
Daar is die man, die tot een politiek organisator op-groeide.
Die andere, die in zijn vakvereeniging mede de lei-ding gaf, die derde, die zich met hart en ziel aan de practische vernieuwing der maatschappij-vormen wijd-den en een levenskunstenaar werd, en ten slotte op-groeide tot theosoof, tot philosoof, man-van-religie... Geen die van die plaats der zedelijke aanmunting kwam, of hij droeg den stempel met zich, in den gloed der bezieling ontvangen... En al was het dan maar een kleine, lugubere, onofficieele werkplaats, het was toch geen valsche-munterij en er werd eerlijk werk ge-leverd...
Waar die kleine kroeg, smeltkroes waarin uit het ruwe erts van het volk het zuivere idealisme werd af-gescheiden, dan wel gestaan mag hebben? Ik zei het reeds: in Apachenland, — meer weet ik er niet van... En wat doet het er ook toe of wij, als bij de opgegraven steden, die zoozeer onze belangstelling hebben, — ter-wijl het levend, warmkloppend Heden ons maar al te
176