En een smidse was het, waar de ruwe stof, geklaard in den hoogoven der eerste jeugd en die daar een voor-loopige gestalte had ontvangen, verder uitgesmeed werd door de fel-op-elkander-stootende individueele krachten, die met ambitie op elkander ingaand, een ieder terugdrongen in den eindvorm, welke met de mo-gelijkheden van zijn aard in overeenstemming was.
De ״Smidse" was prachtig! Zij trok de leden aan en maakte ze bang en noodzaakte ze, om te vechten en hun meening te verdedigen tegen vinnige, onbarmhar-tige, handige, hardhandige, taaie, volhardende deba-ters, die geen pardon kenden en de waarheid nog lie-ver hadden dan Plato.
Maar die heele ״Smidse" duurde ten slotte niet lang, als club. Er was werk aan den winkel, en het Leven stond te wachten op de afgeleverde stukken. Er was juist een periode van socialen opbloei, van sociale be-wustwording begonnen, een hoog-conjunctuur van den gemeenschapszin, en weldra hadden zij geen tijd meer voor academisch geredeneer.
Hoe heerlijk was het nu, in de school te komen met nog iets anders in zijn mars dan de dorre, doode theo-rieën, in het knekelhuis van het verleden bijeengegaard! Hoe heerlijk, te komen met een levenden zin voor het heden, een eigen overtuiging, een doel, dat hen rich-ting gaf; een inzicht reeds in de donkere diepten ach-ter die klas, dat hen tot begrijpen, en een weldadig-warme liefde, die hen tot helpen dreef.
Voor hen toch was de klas nog iets meer, dan een verzameling kinderen: het was een sociaal geheel, een deel van die maatschappij, die als een wezen, zich op-hief naar het licht; en een kind was voor hen nog iets anders dan een ding, waar men een methode op toe-past: het was een wereld-op-zichzelf, een kleine, groei-ende menschziel, een soortgenoot wiens dikwijls al te
171