en verdween op een onopvallende wijze, bescheiden, uit het lokaal. Hij had begrepen - ״ ״
״Ik wist niet," zei hij later tegen een der collega’s, op zijn rustige, langzame, vriendelijke manier, ״ik wist niet,... dat ik mijnheer X ,., daar zóó erg ״ ., mee hinderde; anders ,,. had ik het. -, natuurlijk ... niet gedaan . ״! .״
Maar nooit is er tusschen die twee schoolmeesters-zélf, den ouden en den jongen, een woord over het geval gewisseld. De goede verstandhouding bleef be-waard, en daar waren zij beiden dankbaar voor.
★ ★ ★
DE SMIDSE. De dorpen konden de gelijkmatigen en beperkten nog wel een tijdlang vasthouden, (dit is de chronologische volgorde weer!) maar zij, wier on-stuimige jeugdleven in breeder wiekslag en forscher zwaai hoogten en diepten beurtelings raakte, — te-midden waarvan zich verre horizonten opendeden, — konden het daar op den duur niet harden en werden onweerstaanbaar naar de groote steden getrokken. Zij werden er heengetrokken, als de vogels naar de lich-ten der vuurtorens...
En in de groote steden, daar omsloot hen het bran-dende leven en zij werden een niets in belang, een alles in kracht. Daar waren duizend wegen voor hun energie, en het leven vormde hen, als met mokersla-gen.
Het leven sloeg er de vonken uit, en daarom noem-den die jonge mannen en vrouwen, die elkander von-den, — op een in den loop der tijden heel wat dege-lijker geworden meesterskamer, maar altijd nog onder het schijnsel van dezelfde oude, trouwe lamp, — daar-om noemden zij hun club: ״de Smidse".
170