dan misschien niet alles tot in de finesses begrepen, — zij hebben toch den vleugelslag van het verhevene ge-voeld en in een ure van louterende, religieuze wijding een aanraking voor het leven ontvangen.
En zelfs van de met ambitie gegeven leesles die niet tot zulke verhevene momenten leidt, maar waar in de behandeling van het levendig of gedragen proza de blijde of tragische dingen van lager plan tot uiting ko-men, kan nog een moreele en vormende werking uit-gaan die in andere lessen niet of nauwelijks zoo te bereiken is.
Daarom is de leesles van oudsher geliefd bij de op-voeders; het is de les waarin het meeste van ziel tot ziel gesproken wordt, de les waarbij, in de warmte der opgewekte gevoelens, het weeke ijzer der karakters het best te smeden valt.
En een goed schoolmeester is ook daaraan te her-kennen, dat hij met liefde tot de leesles gaat.
Onze jonge meester nu, was van het soort, dat graag een leesles geeft, — en dat er zijn ziel in uitstort.. ״ Maar , . , je ziel uitstorten: doe dat eens waar iemand bij is, voor wien het niet bestemd is, en die elk van je woorden nagaat, elk van je gebaren ziet.,, !
En toch, onze meester wilde het met liefde probee-ren, een goede les te geven. Had hij in zijn tijd ook geen proefles gegeven, in tegenwoordigheid van autori-teiten, en was dat niet goed gegaan? Welnu, dan zou het ook ten overstaan van dezen besten braven man wel lukken. Hij was trouwens niet van plan ergens hin-der van te hebben; hij zou hem eenvoudig vergeten ,., !
Maar de goede schoolmeesterspsyche van den ouden patriarch was er niet op gemaakt om vergeten te worden bij zoo iets heerlijks en levends als een leesles! Wat? Hij was er immers met zijn heele ziel bij? Zijn hart sprong op, als van het paard, dat den kruitdamp ruikt en meedraaft vóór het zich er recht van bewust is ,,.,
167