MARIX HEEFT EEN GEHEIM. 97
Op den kouden zolder boven het huis van zijn vriend, in den barren winter, studeerde hij, tot ,,zijn vingers erbij afvielen”. Hij moest en zou zijn viool de baas worden... En hij bewaarde zijn geheim goed, alleen zijn zusje nam hij in zijn vertrouwen, omdat hij toch iémand moest heb-ben tegen wie hij erover spreken kon...
Maar nu, nu hij schitterend overgegaan was, nu durfde hij ermee thuiskomen, nu kon Vader niets meer zeggen, want het was gebleken dat zijn studie er niet onder leed. En hij was blij dat hij haar eindelijk kon binnenbren-gen, het leek wel een verstooten weeskindje, dat hij ein-delijk een eigen thuis kon bereiden.
En hij deed veel hars aan den strijkstok en stemde zachtjes, nauwkeurig, opdat zijn zusje goed zou hooren, hoe mooi de klank was.
Santje wist niet dat zij van muziek hield. Ze had er nooit over gedacht. Natuurlijk had zij het prettig gevon-den dat de viool kwam, het zou iets vroolijks en roman-tisch en zeker ook wel iets heel moois zijn. Maar... zij... ?
Ja, ze had altijd wel graag gezongen! Als ze gelukkig was, dan zong ze, of liever: als ze ״merkte dat ze zong”, dan wist zij ook meteen, dat zij op dat oogenblik geluk-kig was. Want anders kun je niet zingen.,.
Ook Moeder zong graag, en zij hadden 'n heel repertoire samen. Maar verder .. . ?
En de geluiden van de straat waren ook dikwijls zoo mooi. O, als je het bedacht, wat was er dan veel mooi geluid in de wereld!
's Avonds, als je in je bed lag, dan zong de storm in de toppen van de oude boomen, die in de groote tuinen achter hun huis waren, en het leek soms net een mooi
In de Gouden Klok. 7