200 IN DE GOUDEN KLOK.
de gouden lucht, en ineens kwam het weer over haar, dat geweldige gevoel, dat oude, heerlijke gevoel van over-stroomend geluk... Als een golf kwam het, het was of zij ergens voor danken moest, of ze het uit moest stame-Ien en uitschreien ...
En de hemel was boven haar, die heele, heerlijke wereld, het was of zij er een stuk van was, of er daar iets was dat zoo veel van haar hield, en waar zij ook zoo van hield, of zij haar armen moest uitstrekken naar die wereld, en erin opgenomen worden ... Daar, in die gouden lucht, leek de toekomst, met al haar bonte beelden, wel te zijn, en het was of alles tot haar sprak ...
Het leven riep haar!
* *
*
Moeder had haar verhaal geëindigd. Stil, stil bleef het een poos in den tuin. Toen zag Elly haar moeder aan. ״Moeder,” zei ze zacht, ״was jij soms Santje?”
Een glimlach ging over moeders gezicht. Ze nam de hand van haar meisje, dat handje, dat nu óók mooi bruin en dik was geworden, en streelde het.
״Misschien was ik wel 'n beetje Santje,” zei ze, voor zich heen ziend ...
״Wat zou ik je graag gekend hebben,” zei Elly, ״wat had ik graag met je gespeeld! Ik zou zéker je vriendin-netje zijn geweest!”
״Maar we hebben toch wel gespeeld, hè, en we zijn toch wel vriendinnetjes, is 't niet?”
״O ja," zei Elly vol vuur. ״O, ja...!”
Ja, wat had zij een heerlijke jeugd gehad! Gespeeld had-den moeder en zij, zoo veel, geravot door het huis, en elkander van achter de deuren aan 't schrikken gemaakt!