NOGEENS DE OUDE BANK. 199
had er toch wel het allereerste recht op, om het te weten. Wat zou Nel blij zijn. O, dacht ze, zou ik later nogeens iets voor Nel kunnen doen? Het leek haar nu alles mogelijk, het leek of haar oude macht over de toe-komst was teruggekomen... Zou ze nog iets moois in Nels leven kunnen brengen? Een lach ging over haar ge-zicht, bij het denken aan alle heerlijke dingen, die nu komen konden ...
Het leven van de straat gonsde langs haar heen, en zij zat daar met haar groote geluk, en niemand wist het nog ׳ • ־
De meisjes van den naaiwinkel! Wat zouden zij zeggen! Wat zouden zij ervan ophooren! O, ze zouden het haar graag gunnen, de meesten tenminste... Ze dacht aan haar afscheid dat nu komen ging, en het was heerlijk en het deed toch ook even pijn, want nu zou ze van haar juf-frouw vandaan gaan, en de juffrouw, die nu net aan haar gewend was, zou weer een ander moeten zoeken, en nooit, nooit zou de juffrouw weten, hoeveel zij van haar hield... Maar misschien zou ze het later toch weten, want later, dan zou Santje naar haar toegaan, en haar misschien wel bloemen brengen, en dan zou de juffrouw het toch wel begrijpen.
De droomen, de zoete, blijde droomen waren weer terug-gekomen, zij zweefden om Santje heen en gaven haar oogen weer den ouden glans, terwijl zij daar zat, en in de verte staarde ...
Nog 'n kort poosje, dan zat zij op de banken der school, dan zou zij andere kleeren hebben, boeken, een nieuwe omgeving. Zij zou leeren, zij zou...
Hoe was alles veranderd! Met één slag was haar heele leven vernieuwd, de grauwheid, de leege vaalte was eruit weggenomen, er was weer toekomst...
De zwarte lijnen van de brug teekenden zich af tegen