196 IN DE GOUDEN KLOK.
bleef Santje voor zich zien. Het leek bijna of haar een groot ongeluk was overkomen ...! Z ij... z ij zou onder-wijzeres worden...! Het was ineens te veel, te machtig, ze trilde van het hoofd tot de voeten, en ze zou het liefst zijn weggekropen, onder de tafel, om met zichzelf alleen te zijn en het te verwerken...
Zij zagen hoe het groote nieuws haar schokte, en om haar af te leiden, begon Vader, op zijn humoristische wijze, te vertellen van het bezoek; langzamerhand kalmeerde zij wat.
O, wat hadden zij nu veel te praten! En kijk, terwijl men zoo bezig was, en alle monden zich repten, wie kwam daar op den laten avond nog binnen? Het was Sander, die zijn hoofd door de deur stak, en een welkomer gast had men niet kunnen krijgen. Hij zag dadelijk, dat er wat aan de hand was, en je hoefde niet te vragen met wie: aller vroolijke blikken waren op Santje gevestigd... !
״Zeg het maar!" zei Moeder tot haar. Sander keek haar nieuwsgierig aan. Haar heele gezicht lachte, tot haar ooren en haar haar toe, leek het wel; het was weer de oude lach ...
Eindelijk kwam het eruit. ״Ik ... ik word onderwijzeres!" Het was of haar gezicht nog meer straalde .,. !
Onderwijzeres! Sander was verrast; en toch, even kon hij een gevoel van teleurstelling niet onderdrukken, een heel dwaas gevoel... Niemand wist het, maar hij, hij had zich voorgenomen, later te zorgen, dat Santje leeren kon; en nu gebeurde het al! Maar hij begreep dat dit een on-zinnige gedachte was, en zou hij niet blij zijn? Er was immers niemand aan wie hij 't zoozeer gunde als juist aan Santje! Hij drukte haar hartelijk de hand, en geen geluk-wensch had welgemeender kunnen zijn dan de zijne.
״Als je nu maar niet te trotsch wordt, om met ons om te gaan, met al die geleerdheid,” zei hij.