HOE OOM GIJS OVER DEN HOND KWAM. 195
werkelijk gelukt was... Vader was honderd pond lichter, hij liep met opgeheven hoofd, hij zag er jong en kwiek uit,.. Zijn meisje zou onderwijzeres worden! Moeder liep met zoo'n tevreden trek op haar gezicht en ze had erg behoefte, om ook met Marix gearmd te loopen, om haar jongen dicht bij zich te weten. Wat 'n geluk dat hij was meegegaan!"
Ze waren zoo best van Oom Gijs gescheiden. Hij had Marix lang de hand gegeven, alsof hij hunkerde naar 'n beetje liefde; en zijn zuster had hij gekust. — ״Het is zoo’n beste vent,” zei Moeder. ״Kon hij maar wat meer bij ons zijn! Maar hij is met geen stokken uit zijn huis te krijgen...” — Het was af gesproken, dat Santje eens bij hem zou komen; dan kon hijzelf met het meisje praten. Die twee waren tot nu toe wat schuw van elkaar ge־ weest, maar Moeder wist wel, dat zij elkander zouden vinden: Santje's overvloeiende dankbaarheid zou hen tot elkaar brengen.
״Oom,” had Marix nog gezegd: ״ze zal u eer aandoen, dat weet ik zeker!”
״Goed jongen, goed jongen ...!"
Thuis vonden zij een idyllisch tooneeltje: de beide meis-jes, ieder over een boek gebogen. Nannie had zelfs thee gezet, het blaadje stond gezellig op tafel.
״Zullen we 't meteen zeggen?" fluisterde Marix.
״Eerst even zitten en 'n kopje thee,” zei Moeder. En toen zij allen gezeten waren, begon Moeder het Santje in duidelijke woorden uit te leggen. Langzamerhand drong het tot het meisje door, wat er gaande was, wat men voor haar gedaan had ...
Als zij gedacht hadden, een verheugd gezicht te zien, een uitbarsting van vreugde bij te wonen, dan hadden zij zich vergist. Met bijna angstig-geopende, groote oogen
13*