MARIX REDT DE SITUATIE. 189
Geen antwoord.
״Je kunt het mij toch wel zeggen! Is et iets... Is het met Perceval Keene? Je hoeft het heelemaal niet te doen, ik vind het zelf ook een vervelend boek, geef maar hier.. .״
״Nee ... nee ... !” zei Santje. ״Dat is het niet... maar ...," — en toen kwam de uitbarsting van smart, — ״o, ... ik zal altijd dom blijven, ik zal nooit wat leeren, ik zal nooit wat worden ...!” En de snikken doorschokten haar.
Marix zweeg. Dat was het dus. Hij had wel kunnen stampvoeten. Ze had gelijk, o, hij wist het wel... Het was immers ook te dwaas, dat zijn zusje niet leeren mocht; hij voelde zich zóó bevoorrecht... Ze kon het immers net zoo goed als hij!
Maar hij kon haar niet helpen, hij wist niet, hoe haar te helpen. Hij stond daar, hij had zelf moeite om niet te huilen, zijn oogen werden vochtig ... Maar je gaat natuur-lijk niet huilen, als jongen.
״Kom,” zei hij, terwijl hij zijn stem vastheid probeerde te geven. ״Kom, ik zou nou maar niet meer huilen. Ga liever 'n beetje wandelen, of wat prettigs doen, laat die nare Perceval Keene maar liggen, 't Zal allemaal nog wel meevallen..."
Santje lachte alweer, door haar tranen heen. ״Och," zei ze, ״het is niet om Perceval Keene. Ik wil het best doen, ik doe het graag, maar ik begrijp niet hoe ik in-eens zoo raar kwam. Het is alweer over, hoor, let er maar niet op." En ze snikte nog 'n beetje na.
Maar Marix kon het zoo gemakkelijk niet vergeten. Dien avond deed hij zijn best. Hij speelde viool. Hij wist, wat muziek waard was, voor iemand als Santje. Hij speel-de den heelen avond, en hij deed zelfs, wat hij anders nooit deed: hij speelde schoolliedjes en moppen! Hij wilde