184 IN DE GOUDEN KLOK.
lag het leven als een grauwe, troostelooze leegte voor haar, waarom was iedere dag een grauw ding, dat je door moest worstelen, een akelig, streng plicht-ding?
0, als Santje maar vreugde had kunnen vinden in haar arbeid! Ze vond het wel, in het werk-zelf. 'n Mooien zoom te maken, onzichtbaar op den rechterkant, 'n galon netjes op te naaien met onzichtbare steken, 'n mouw keurig af-werken, zelfs een drukknoopje stevig en op de juiste plaats aan te brengen, daar was nog wel iets genoeglijks, 'n voldoening in te vinden, en ook als er gezongen werd onder 't naaien, zong zij dapper mee en had het op die oogenblikken niet slecht.
Maar iedere dag ging voorbij en Santje had geen vreug-de in het vak! Iedere dag, dat men wat anders had kunnen doen.., Santje vond het geen prettig vooruitzicht, zoo te moeten worden als de juffrouw, en bij de menschen uit passen te gaan. Ze gaf niet genoeg om het vak. Ze wist het nu wel: ze had er geen belangstelling voor. Het kon haar niet schelen of de mouwen van de dames 'n beetje langer of korter waren, of het sleepje puntig of rond moest hangen en wat voor galonnetje de dames op haar kraagje namen. Ze kon de geestdrift van de juffrouw niet begrijpen, als die de dames aanraadde, om eenrevèrs-je voor garneering te nemen, of een platte plooi, omdat dat zoo flatteerde. Neen, zij wist dat ze het nooit zou kunnen, over die kleinigheden, die de juffrouw in geest-drift brachten, zoo eindeloos en uit-den-treuren met de dames praten ...
En als Clara Nerdes door de Kalverstraat ging, dan kwam zij terug met een wereld van nieuwe modelletjes in haar hoofd, die zij had zien dragen, en verhalen over prachtige japonnen, die zij in de winkels had zien hangen. Maar Santje kon door de Kalverstraat gaan, terwijl die vol menschen en mooie winkels was, en eruit komen, zon-