ALS JE MAAR EEN DOEL HEBT! 179
״O, daar komt het, dacht Nannie. Wat zou ik verkeerd gedaan hebben!''
״Ik heb gemerkt, dat jij heel wat meer je best doet tegenwoordig. Je taalwerk ziet er uitstekend uit, en je rekenen gaat ook hoe langer hoe beter. Je kon je jaar-tallen laatst ook heel goed...”
Een warme kleur verspreidde zich over Nannie's gezicht, een blos van blijdschap: meneer had het dus gemerkt! Het was of haar oogen opgetrokken werden, naar meneer toe; nu durfde zij hem wel aankijken ...!
״Hoe komt dat zoo?” vroeg meneer.
Haar heele gezichtje straalde, toen ze het zei: ״Omdat ik wat worden wil!"
״Ei. Zoo. Juist. Precies. Wat worden. En wat wou je dan wel worden?"
״Apothekersbediende!” zei Nannie, blij dat ze zoo zeker was van haar zaak.
״Apothekersbediende? Hé. Ja, enfin, waarom niet? Apothekersbediende dus. Wel, wel, wel. Zoo, zoo. En daarom doe je dus je best.”
״Want je moet er heel veel voor leeren,” zei Nannie vertrouwelijk. ״Want als je niet rekenen kan, en als je niet goed schrijven kan, dan gaat het niet, en alles van de planten moet je ook weten...”
״Zeker,” zei meneer, ״zeker, dat is zoo. Natuurlijk. Vol-komen juist. En weet je vader het al, heb je er al over gesproken?"
״O ja, m'n vader weet het, en allemaal. De heele wereld weet het... !"
״Zoo. Zoo. Dat is heel goed. We zullen eens op je let-ten. 't Is goed dat ik het weet."
En nu begon er voor Nannie nog een heel ander leven. Ze hoefde niet meer zoo in haar eentje te worstelen. Meneer hielp haar, gaf haar aanwijzingen, kleine wenken
12*