ALS JE MAAR EEN DOEL HEBT! 175
Nannie had wel een stamp op den grond kunnen geven. ״Hij heeft me enkel maar gewezen hoe ik de bergen moet teekenen," zei ze haperend, want het huilen stond haar nader dan het lachen. Ze had toch zóó haar best ge-daan...
״Hm, 't is goed," zei meneer koeltjes, en toen kon ze gaan zitten.
En je kunt ook niet ineens weer uitstekend werk leve-ren, als je het leeren een tijd lang verwaarloosd hebt! Ze wou zoo graag haar taalwerk zonder fouten maken, net zooals ze het vroeger weleens gehad had, maar het wilde niet lukken. Ze was te veel achter. Ze nam stilletjes haar taalboekje uit haar kastje mee naar huis, om daar de les-jes nogeens over te kijken. Dan zat zij er soms op te staren, want ze wist niet meer wat voor uitlegging meneer erbij gegeven had.
En aarzelend begon ze thuis enkele dingen te vragen, soms aan Vader, soms aan Marix, als ze niet bang was hem te storen, soms aan Santje.
Ze vroeg, wat in een moeilijken zin het onderwerp was, wat voor soort bepaling erin stond, en over den derden naamval, en nog veel meer. En dan dacht zij goed na over wat zij hoorde.
Op een avond zag Santje haar boekje. Ze keek het eens in. ״Moet je daar thuis uit leeren?" vroeg zij.
״Nee, maar omdat mijn taalwerk zoo slecht is, heb ik het meegenomen."
״Kom maar hier," zei Santje. En samen gingen ze de lesjes door. ״,t Is heel eenvoudig," zei San. Wat wist die alles nog goed! Ineens werd het Nannie door haar uit-leggingen veel helderder. Dat beetje hulp bracht haar weer op dreef.
Haar taalwerk had zij het eerste in orde, zelfs de die-tées, waar je zóó bij moet opletten. Meneer zag het niet,