HOOFDSTUK XII.
Als je maar een doel hebt! Marix redt de situatie, en hoe oom Gijs over den hond kwam. Nogeens de oude bank.
Van'nu af aan veranderde alles voor Nannie. Haar leven werd nieuw. Ze was ernstiger geworden, en toch blijer. Ze was vol goede voornemens.
Maar het is niet zoo gemakkelijk om alles te veran-deren, want je oude gewoonten zijn sterk. Dikwijls had zij nog moeite om thuis haar goede humeur te behouden, om niet weer terug te vallen in haar huilpartijen; maar ze wou niet meer dat Marix naar de voorkamer moest vluch-ten, en ze wou heel veel dingen niet meer.
Op school had ze ook zoo graag alles anders willen hebben, maar ze merkte, dat ook dat tijd kostte. Het is niet zoo gemakkelijk om het vertrouwen van een onder-wijzer terug te krijgen, als je het eenmaal kwijt bent. Ze gelooven dan niet meer in je. Je hebt hen zoo dikwijls teleurgesteld, en kom je dan eens 'n keer met goed werk, dan kunnen ze nog niet aannemen dat het je ernst is. Daarom moet je volhouden, altijd maar volhouden. Maar 't was moeilijk voor Nannie, om den moed niet te verliezen ...
״Hm!״ zei meneer Van der Velden, toen Nannie eens een heel goed geteekend kaartje van Zwitserland inleverde. Hij dacht bij zichzelf: teekenen schijnt ze wel te kunnen.
״Heeft je broertje je hierbij soms geholpen?" vroeg hij.