ZAND TUSSCHEN DE RADEREN. 163
״Ik geloof dat die Ka Kuiper geen goed gezelschap voor voor jou is!” zei Vader,
Dat was alweer te veel, ״Ik ,zal toch zeker wel met Cor Kuiper mogen omgaan,” zei ze, ״en ze wil niet eens meer met me spelen, en ,., en de meisjes ook niet... en .,
De tranen waren er al,,,
״Begin je weer?” zei Marix, De avond was verstoord. En zoo ging het iederen keer. Telkens een zwart ge-zicht. Het wou niet meer lukken, met Nannie. Zijzelf was er het ongelukkigste onder.
Op een avond was het weer mis. Nannie had wel een uur doodstil moeten zijn, omdat Marix met wiskunde bezig was, en stil zijn lag niet in haar aard. Om een kleinigheid was het lieve leven weer gaande, de tranen vloeiden en stroomden. Marix nam zijn boeken op en ging naar voor ...
Nannie werd naar bed gestuurd. De stemming was ver-drietig, ook toen zij weg was.
״Hoe moet het toch met dat kind... ?" vroeg Moeder. ״Het is die Ka Kuiper,” zuchtte Vader, ״die maakt haar 't hoofd op hol...”
Maar Marix, toen zijn werk afgeloopen was, zei tot zich-zelf, dat het zoo niet langer ging. Iedereen leed eronder, Vader en Moeder, en hij, doordat het hem belemmerde te werken, en Santje, die van den avond altijd alles hoopte, omdat de avond bij haar den heelen dag moest goed-maken. En vanzelf moest hij nu ook over Nannie denken, en toen hij maar eenmaal over haar begon te denken, was hij niet boos meer; hij begreep ineens zooveel...
Den volgenden morgen, toen hij naar school ging, liep hij een straatje om, zoodat hij geen vriendjes kon tegen-komen, en dacht nogeens goed over de zaak na.
• *
*
11*