162 IN DE GOUDEN KLOK.
over wat haar bezoekster verteld had... ״Matten stoelen hebben ze, gewoon matten stoelen! I k ben altijd 1 e e r e n stoelen gewend ..."
Nu waren er verscheidene meisjes, die het bij hen thuis ook met matten stoelen moesten doen, maar ieder hield zich groot, niemand zei het. En doordat Cor Kuiper zoo de baas was, trok men zich 'n beetje terug van Nannie, en het meisje, dat altijd vriendinnetjes genoeg had gehad, stond alleen ...
Eenzaam, stil ging zij naar huis. Er was een groote bit-terheid in haar hart.
Alles kwam ook bij elkaar. Het leek wel of het in dien tijd altijd moest regenen. Ze kon nooit naar buiten, om te spelen, maar moest altijd in huis zitten: en Nannie was niet zooals Santje, ״Dolle Lees”; ze kon zich niet altijd met lezen vermaken.
Dien middag wou niets gelukken. Ze had geen lust om met het winkeltje te spelen, en de kat wou niet blijven zitten in den poppenwagen, hoe ’n lekker zacht nestje zij ook voor hem gemaakt had, om hem wat heen en weer te rijden door de kamer. Telkens sprong hij eruit. ״Naar beest!," zei ze.
Gelukkig was ,t gauw etenstijd, en na den eten, toen zij nog even bij elkaar zaten, zei Nannie plotseling: ״Waarom hebben we matten stoelen? Leeren stoelen zijn toch veel mooier!"
״Waar zouden we die moeten zetten?" vroeg Santje.
״Hier natuurlijk!"
״Hier in de huiskamer? Dat zou toch zonde zijn! En 'n ״mooie kamer" hebben we niet. Dat is het voorkamertje,"
״Ze kunnen hier best staan," zei Nan. ״Iedereen heeft leeren stoelen."
״Hoe kom je daar nu weer bij?" vroeg Moeder.
״Nou en iedereen heeft ze, en Cor Kuiper zegt..