160 IN DE GOUDEN KLOK.
sprong. Dat was 'n nood opeens! Alles stond vol water, men wist niet waar zich te bergen, er moest in 't half-donker gedweild worden, de loodgieter kwam en hij moest de groote lamp uit de kamer in de keuken hebben, zoo-dat men bij een klein lichtje moest zitten, dat telkens walmde als men het wou opdraaien. Nannie had, zooals allemaal, natte voeten, ze had het koud en kon niet spelen en zat overal in den weg, en toen ze nu tot overmaat van ramp ook nog een tafellaken op den kletsnatten keukenvloer had laten vallen en daarover een opmerking kreeg, was het mis. Ze begon te huilen en zei dat ze ook nooit wat goed kon doen en dat alles hier ook altijd zoo akelig was, en Vader had het ongeluk te zeggen, dat ze eigenlijk niet naar tante Gerritje had moeten toegaan, en toen brak de stroom pas recht los, nu men haar daarover iets durfde te zeggen! Onbedaarlijk was ze aan 't huilen, en Marix, die met al dat spektakel niet werken kon, mompelde zooiets van: ״concert, met bal na ... !" Ongelukkigerwijs had Nan-nie het verstaan, en ze had hem wel aan kunnen vliegen. Marix zei niets, maar nam zijn boeltje op, en vertrok naar het voorkamertje, om daar bij Vaders lamp nog rustig te kunnen werken.
Nu begon Nannie eerst recht jammerlijk te huilen. Het leek wel of iedereen tegen haar samenspande, of iedereen het zoo onaangenaam mogelijk voor haar wilde maken, en haar van alles de schuld gaf, en ach, neen, dat was ook niet waar... zij, zij was zoo’n akelig, naar kind, ze deed nooit iets goed, ze was dom en onhandig, niemand hield van haar, nu had zij weer haar broertje de deur uit ge-jaagd, niemand kon ook om haar geven, op school niet en thuis niet, en o... ze huilde, of haar 't hart zou breken; Zooveel vocht had zij niet in haar lichaam, of haar oogen huilden ,t uit, en ze zat daar, als een gebogen, ongelukkig wezentje, heelemaal inelkaar gekrompen op haar stoel...