WAARIN VEEL GOEDE DINGEN GEBEUREN. 143
de wandeling ondernamen, om haar en Ebeltje en het reis-mandje en wat er verder nog bij hoorde, naar het genoeg-lijke, groote, zwartberookte Weesperpoortstation te bren-gen.
Wat al zorgen, eer die twee goed zaten, Ebeltje buiten den tocht, en Nel vlak bij hem, als een moeder die over haar kind zou waken! Hun echte moeder stond erbij, en het zusje, en de twee vriendinnetjes, en zij wachtten op het wonder, dat de trein er nu echt twee van hen zou meenemen, zooals zij zoo dikwijls anderen hadden zien vertrekken (want het Weesperpoortstation was een gelief-koosde wandelplaats voor hen).
En toen de trein waarlijk weg was, en de twee met geen groeten en geen zakdoekzwaaien meer te achter-halen, toen leek het station ineens heelemaal leeg en rom-melig en saai geworden. Willy en haar moeder moesten nog de stad in; de twee zusjes gingen naar huis.
Dicht tegen elkaar liepen zij, 'n beetje vereenzaamd. Nu zou Nel aldoor weg zijn, ,n heele poos. Wat leek dat vreemd ... Alles in de stad ging gewoon zijn gang, niemand wist het en toch, voor hen was het zoo wonderlijk, zoo stil, dat Nel nu weg was. Het was of zij troost bij elkaar moesten zoeken . ..
״Ik hoop maar dat ze dikwijls schrijven zal,” zei Santje. En zij dacht aan het katerntje keurig postpapier dat zij gekocht had, met de mooie enveloppen, en 'n paar post-zegels ook erbij, en dat zij op 't laatste oogenblik nog in Nels reismandje had gestopt.
* •
•
Het duurde wel een week eer er een brief van Nel kwam, en toen was het wel 'n kleine teleurstelling voor San. Er stond zóó weinig in, en je kon goed merken dat