HOOFDSTUK X.
Waarin veel goede dingen gebeuren. Het reismandje en het koffertje beginnen hun loop, en Santje ziet zichzelf. Wat de zee en de zon met Nannie’s vingertjes deden.
Er was toch nog rechtvaardigheid in de wereld! Ja, Santje vond dat het nu eens echt rechtvaardig toeging, en ze was er heel blij mee, o, zoo blij!
Want nu zou Nel de stad uit gaan, naar buiten. Echt naar buiten, naar de Lage Vuursche, waar zij een neef van hun vader hadden wonen, een boerenman, die met boerenhartelijkheid en gulheid zijn huis had opengesteld voor de stadsbleekneusjes.
Het was eigenlijk wel niet om Nel begonnen, het was natuurlijk om Ebeltje, die wel over het gevaar heen was gekomen, doch maar niet aansterken wou.
״Laat den jongen naar buiten gaan,” zei de dokter. ״En laat uw meisje met hem meegaan, want ze heeft het even-goed noodig, en ze heeft het verdiend ook!”
En dat was Santje zoo met hem eens! Zeker, Nel had
het verdiend, en het was heel rechtvaardig en goed dat
zij nu ook eens een pleziertje zou hebben, en eens fijn
genieten en 'n poosje zorgeloos zijn. Nu zou Nel dan toch
eindelijk óók wat hebben!
En het was met een tevreden gevoel, dat zij dien dag