DE SCHADUW VAN DEN DONKEREN VOGEL. 141
half in elkaar, tegen hen aan.
De meisjes konden het haast niet gelooven. Het leek onmogelijk! Ebel zou beter worden! Hij sliep! Het was dus niet gebeurd... het erge ... het zou niet gebeuren! Ze zouden weer met hem spelen..,
Een groote bevrijding kwam over hen. Het leek een plechtig oogenblik. Zij stonden daar, en schuchter kusten zij elkaar ...
Toen namen Santje en Nannie elkaar bij de hand. Zij gingen naar huis. Nu konden zij naar huis gaan; het was of zij het vóór dat oogenblik niet gekund hadden...
Nel ging weer naar boven. ״Zie dat je wat slaapt," zei Santje tot haar. En toen gingen de twee zusjes, door de donkere straat, alleen; maar het was niet erg, zij waren veilig. De donkere vogel had boven hen gezweefd, en dezen keer had hij nog niemand meegenomen ...
״Wat zijn jullie laat, kinderen," zei Moeder ontevreden. ״Je vader is erop uit, om jullie te zoeken.”
״ ... Ebel,” zeiden ze. ״Ebel... het was de crisis, en nu is hij gaan slapen, hij zal beter worden..."
Toen bromde Moeder niet meer. Ze zag op haar beide meisjes neer. Zij had ze nog, ze had haar kinderen nog. Ook daarginder, bij die vrouw die het al zoo moeilijk had, was dat teere jonge leven gespaard gebleven. Zij trok haar meisjes dicht naar zich toe, en kuste ze.
״Dat is wel een dankzegging waard,” zei ze zacht.