DE SCHADUW VAN DEN DONKEREN VOGEL. 137
hem misschien wel voor een echten prins houden ...
Altijd was hij in hun spelen geweest. Op diezelfde stoep speelden zij ook het Turfschip van Breda, en dan zaten zij zwaar te pompen en het volk in het vooronder hoestte érg. Ebel was op den uitkijk gezet, om te zien of er Span-jaarden waren, en als de schilleman dan aankwam, met zijn ezeltje, sloop Ebeltje naderbij: ״Daar is de Spanlaard, hoor!" zei hij in zijn gebroken taaltje. Maar dan had hij er genoeg van, en ging gauw het ezeltje een stronk kool geven, dien hij van den schilleman kreeg.
En Antje Bartels, hun schoolvriendinnetje, woonde in een heel oud huis, en daar was een trap met een soort van gewelf erboven, die precies leek op de trap waarop Willem de Zwijger vermoord was, zooals je duidelijk op de plaat kon zien, die op school hing. En van die trap moést men toch gebruik maken om dat heele tooneeltje te spelen! Santje was Willem de Zwijger, of ook wel Nel (want het was de mooiste rol!), maar Antje Bartels had er geen begrip van hoe een booze moordenaar er moet uitzien. Ze kwam lachend aangewandeld en hield Santje de revolver toe (het was een opgerold oud schrift), net of ze haar een reep chocola wou geven. ״Je moet ineens te voorschijn komen en schieten!” fluisterde Santje, Dan echter trok zij zich van den zoetsappigen Balthasar Gerards niets meer aan, hij had haar toch geraakt en zij liet zich sierlijk neervallen op de treden van de trap, terwijl zij zooiets mompelde van: ״Mon Dieu ... pitié ... ce pauvre peuple!” Ebel was dan een page geweest, die met de anderen op het hooren van het schot kwam toesnellen.
Zoo was hij in al hun spelen, hij hoorde erbij, zij dach-ten, dat een echte page of een prinsje niet mooier en aar-diger kon zijn dan hij en het leek of het zoo donker zou worden in hun leven, als Ebel er niet meer was .., Hij was zooiets teers, zooiets liefs, alsof hij uit een ander