EEN VERDRIETIG PLEZIER. 127
gezin om je heen hebt, om van te houden, als je voor ieder-een een troost en een steun kunt zijn en je ontvangt zooveel stille hartelijkheid terug, als je het 'n beetje ge-zellig kunt maken, juist voor hen waar je van houdt, dan ben je wel rijk en gelukkig. Maar het andere was toch óók waar: de eeuwige geldzorg en het harde werken en de vermoeienis, en die waren allemaal zooveel beter te dragen, als je eens 'n enkelen keer 'n mooi ding had, om je aan te verkwikken ...
Zoo was het ook geweest toen er een groote Fransche tooneelspeelster, Sarah Bernhardt, naar Holland was ge-komen. ״Als ik die eens kon zien spelen ... !” had Moeder gezucht... En het onmogelijke was mogelijk geworden, Moeder was waarlijk gegaan, op 'n goedkoope plaats wel-iswaar, maar ze was dan toch gegaan. Moeders heele win-ter was goed geweest. ״Dat is geen tooneelspelen," had zij gezegd. ״Alles wat ze doet op 't tooneel, is heelemaal echt!" Ja en Moeder had er verstand van, want ze had mevrouw Kleine-Gartman nog zien spelen, en ״Anna Sablairolles" zooals Moeder zei, en den grooten Veltman, die altijd voor verrader speelde.
En nu weer het bloemencorso. Moeder had er eens een in 't buitenland gezien, en ze verlangde erg om zooiets nogeens te zien... Maar het was onmogelijk, Moeder kon er dezen keer niet uitbreken, met het vele werk, dat zij had, en zoo berustte men er maar in.
Met de kinderen was het echter iets anders. Ook zij wilden het graag zien en met Santje kwam het goed uit, dat het op den naaiwinkel juist ״slappe tijd” was. Er is in den zomer veel minder te doen dan in 't voorjaar, en al was het zoo geen gewoonte om vacantie te geven, — de juffrouw liet in dien tijd haar linnenkast eens 'n beetje op-knappen door de meisjes! — men kon toch weleens een dag vrij krijgen, als er een goede reden voor was.