NANNIE HEEFT ERNSTIGE ZORGEN. 125
noegen geluisterd. Hij begreep heel goed, waar het over ging: hij had moeder zoo dikwijls het woord ״poes” hooren zeggen, en hij wist best, wat dat beteekende, ״Poes,” dat beteekende melk, en lekkere hapjes! Hij keek eens, of de vrouw al opstond, om hem wat te geven. En meteen zag hij den tuin eens rond.
Elly was opgestaan van haar stoel en boog zich over den braven hond Teddy, die zich geduldig zijn mooie, goudbruine vacht, zilverwit op de borst, en zijn prachtigen pluimstaart liet uitkammen, met het daarvoor bestemde kammetje; want straks zou hij meegaan op een fietstochtje, als Elly's vriendinnetje kwam, en dan moest hij toch net-jes zijn! De duiven vlogen in kringen over het huis, alsof zij aangestoken waren door de spreeuwen, die daar heel hoog in de lucht in groote troepen rondzwermden, om zich te oefenen voor de reis naar het Zuiden, die zij binnen-kort dachten te ondernemen. De musschen in den boom overlegden met elkander, of de vruchtjes van den lijsterbes nu al rijp genoeg waren om ze te eten, of dat zij liever nog een poosje zouden wachten. En onder den roos bij de keukenschutting lag een witte sneeuw van blaadjes, die daar bij het minste windzuchtje neerdwarrelden, van de half-uitgebloeide bloemetjes af.
De heer Potsche besloot dicht bij de vrouw te blijven, tot zij naar de keuken ging om het eten klaar te maken; dan viel er meestal wel wat lekkers af voor een eerzame kat.