NANNIE DOET ONTDEKKINGEN. 111
voorbijklingelen, en... ja, enkel maar te loopen, krach-tig voort te marcheeren met je jonge lichaam, al maar verder, omdat het was net of de verte je trok, of je daar iets te doen had ...
En zoo kwam Santje eindelijk in het Vondelpark te-recht. Het Vondelpark, dat is net als een ding dat je heelemaal omsluit, het neemt je in zich op en zegt: zie-zoo, hier heb ik je en geniet nu maar eens fijn van me. Het is net of je in een andere wereld komt. De vijvers liggen er zoo heerlijk open, het fluweelen gras is zoo zacht en frisch aan je oogen, de statige, stille zwanen drijven er, de boomen ruischen... En wat 'n vogels zijn er in de boomen, en hoog, boven al dat groen, licht het stralend blauw met de witte wolken van dat wije, blije firmament... Dan kun je wel loopen, met je oogen ook zoo blij, of je wou gaan zingen... En wat zijn er 'n bloemen! Er is een rond perk, een vaas staat er midden-in, en banken zijn er omheen, daar puilt en bloeit en schittert het van bloemen in zulk een overstelpende massa, dat je niet weet waar je het eerst kijken zult... En de boomen zijn minstens zoo mooi als de bloemen, er zijn bruine beuken, van een warm wijnrood, en teere dunne berken, en zware boomen als dikke donkere droomers, en er zijn eilandjes vol rose en lila rhododendrons, en als je bij het melkhuis komt, waar de emmers klinken, daar is ineens een wei, een groote wijde wei met koeien, en het is net of je buiten bent, op het land...
En Santje zwierf hoe langer hoe verder, telkens trokken haar weer nieuwe laantjes en plekjes en vergezichtjes...
Op een oogenblik stond zij in een kleine laan, het waren platanen, de grond was vol zonnevlekken en de stammen van de boomen waren ook zoo licht gevlekt, en de vogels zongen zoo, er waren zooveel bloemen overal en de lucht was zoo mooi tusschen de toppen, het was