het was maar een geluk, dat zij dansten, want waarvoor heb je anders je jurken? Toch zeker niet om ze in de kast te la״ ten hangen? Als de mode voorbij is, is-ie voorbij, de jurken moeten ״ausge-nutzt” worden, want t is maar kort dag voor hen; iederen keer, dat je gedanst hebt, hebben zij weer een keer te meer hun waarde bewezen, ja het geld dat je ervoor betaald, de moeite die je eraan besteed hebt, is pas verantwoord, als je er een voldoend aantal keeren succes en pret in hebt gehad. Wat ’n geluk dus dat zij dansten! Déze dag was tenmin-ste niet verloren....
Zoo schoof en zwierde en schuifelde de menigte, maar er moeten ook pauzen in den dans zijn, al willen de hartochte-lijkste dansers dat nooit heelemaal toe-geven; men moet éven amechtig kunnen neerkomen en uitblazen en, — gekheid! ׳— ook wat gebruiken, en men zat bij el-kander, vredig, heelemaal vereend nu,
89