te worden, even te voelen dat er gewe-ten, dat er met je meegeleefd wordt, omvat te worden in een liefde, gedra-gen door sympathie.״. Er was, in den blik van de oude vrouw, zulk een harte-lijkheid, zoo’n innige belangstelling, n weemoed, 'n zachte, vriendelijke goed-heid, dat het leek of zij het leven zelve was, dat hen vergiffenis vroeg voor wat het hen had aangedaan.... En in de zegening van dien glimlach was het de jonge vrouw, of er iets uit haar weg-vloeide; n verbittering week, vrede kwam over haar, het was goed, zooals het was.... Onbewust, gaf haar gelaat zelve die straling, dien glimlach weer, die haar bescheen....
En ook hij, zelfs hij capituleerde, voor ’n oogenblik. Hij voelde zich zacht, weemoedig, tevreden worden, en sta-melde 'n paar woorden, trachtte vrien-delijk te zijn. Het leek hem even of alles goed was om hem heen....
86