kaar dan niet meer? Ze strekten, bijna onwillig, de hand uit en boven hun ont-roering uit, om ze te verbergen, werden ze allebei joviaal, luchtig, druk״..
— Wel, hé, hoe gaat het je?”
— Ben je overgekomen?”
— En hoe gaat het jou?”
Hij schudde haar bovenmatig de hand, omdat de ontroering toch èrgens een uitweg moest vinden....
Maar de oude vrouw lachte, betrok hen in een gesprek.
— Nou, weten jullie nog wel dat je daar bij me gezeten hebben, toen we daar nog woonden, op de gracht? Toen al die jongelui bij me waren, op dien Zondag? Aardig lang is dat geleden, hé? Toen hebben jullie wat afgepraat!
Ze keek hen beurtelings aan, diep in de oogen, alsof ze tot in hun ziel wilde le-zen, het was of je gepeild werd, o, of je openlag.... En toch.... het is zoo heer-lijk, zoo bevrijdend om even begrepen
85