slank en vrolijk jong, lokten uitermate, maar Emile was loom en bevreesd niet mee te kunnen, minder feilloze en spontane sprongen te nemen en had glimlachend neenge schud. Nu keek hij maar terwijl hij zich kleedde naar dat virtuoze naakt van jongens en meisjes die blij waren, jong en gelukkig, die zich van de tijdingen in de krant voorlopig geen zorgen maakten en dansten en sprongen in 9t water, uit ’t water. In de spiegels van de kleedkamertjes blonk 91 groene water waar de zon op speelde als stukjes van ’n immens zonnig bos.
Buiten ronkten langs het blauwe de grijze, stalen dingen die hij haatte. Hij stapte schouderophalend verder, de Leidse-straat in, stond opeens tegenover 9n schrijver, ’n uitstekend maar van 9t leven vervreemde vriend, die hem haast ongezien voorbij stapte, maar Emile greep zijn hand.
Twee fragmenten uit: Taboe.