de van vollen, verlaten zomer, onnatuurlijk, en nu deze egale avond bracht iets van de lente weerom, van de verwarring en de lichte duizel, zoals ons die in onze puberteit overvalt, De meisjes naast hem vond Emile niet onaardig, al noemde men deeen’nartistenvloendie-met-de-poes 9n Lesbienne, George, de veelwetende kellner, had hem verteld, dat de laatste nu al jaren medicijnen studeerde en nog altijd niet genezen was — flauwe mop overigens, Emile moest altijd even naar haar kijken, ontdekte in haar profiel iets van Lea, maar in elk mooi meisje vond hij iets van Lea terug, De zes grote goede bomen ruisten mild; er was na deze voor ’t getij overmatig warme namiddag ’n zachte wind opgestoken, Mendelssohn: Wenn auf der Piazza der Abendwind weht, , , Hij had al zo lang met zijn zuster *s naar Venetië gewild, maar zij begeerde er niet heen voor daar ’n ander regiem wezen zou. Hij haalde zijn schouders op; dat kon lang duren, de zoete avondwind viel overal te genieten, ieder land had zijn liefelijke bries. Opeens zei een der bejaarde heren: „En hebt u nog wat van de vliegmanoeuvres gezien V9
DE OCHTENDDezen 3 lsten October hadden boven Amsterdam luchtverde-digingsoefeningen plaatsgehad; het lange woord rook al naar Oostenwind, Emile had gezien eindeloze rijen feldgraue auto’s, enkele tanks, hij had 9t met pijnlijke weerzin gezien, met ’n donkere vleug van vrees in den vroegen morgen, maar er