„En jij dan?” vraagt ze verbaasd* „Je bent toch ook Hollander***?”
„Nog altijd iets meer Vlaming dan jij,” zegt hij, glimlachend als een fijne, zachte schurk*
Heeft ze kou gevat? Ze huivert* Waarom moet Judy nu juist aan het schimpende aanvangswoord denken, dat die zelfde Baudelaire schreef over de Jodin, waarmee hij geslapen had * * *
Uit: Met de stroom mee.