geen uit een boekje) verheugt hij zich over de kleine en grote vreugden van de natuur, maar ook vermeit hij zich in het bovennatuurlijke. Het is daarom, dat wij de pen op papier zetten en u den raad geven naar een film als Jidl mit dem Fidl te gaan, waarbij wij deze impulsieve lach-in-tranen-mentaliteït van Chagall nader komen dan met zwaarwichtige beschouwingen. Maar het beste is Chagall zelf te gaan zien, waartoe de Amsterdammers een unieke gelegenheid hebben in het Stedelijk Museum. Maar als wij toch een Baedeker wensen, om ons in die mysterieus lijkende wereld te vergezellen, dan is daar dat kostelijke boek „Ma Vie” (Stock, Paris), versierd met grappige tekeningetjes, door ChagalPs vrouw Bella (wier lof en schoonheid als verloofde en bruid in zijn ver-hevenste doeken is bezongen) uit haar mans Russisch op komische en niet altoos even grammaticaal precieze, maar daardoor juist verrassende manier, in het Frans vertaald.
In het Stedelijk Museum treft ons al dadelijk een der werken uit zijn Pr écubistischen tijd. Een kleurige boerin met de schelle, primaire kleuren van het Russische volk, zij is zwanger en evenals bij drachtige dieren schildert Chagall de vrucht soms teder, soms grappig in den schoot. Hier heeft het dubbele zin: de vrouw denkt aan haar toekomstigen zoon, wat hij zal worden, hoe hij volwassen tussen het vee zal stappen en ontroerd zal wezen om de natuur. Ook het simultane is aanwezig, want haar gelaat „en face” verloopt in het profiel van een man met knevel, wellicht van den man, die haar bevrucht heeft: de vruchtbaarheid is een der wonderen, die Chagall vertrouwd blijven vervullen. Gij noemt dit literair ? Chagall vindt het best. Met de dieren, paarden, bokken, pluimvee en het vredig bedrijf der koeien is hij vertrouwd als met de