De greep van het getto 171
'Dan noem je hem maar Simon. Als de naam maar met een s begint.'
'Simon? Nog erger.'
Maar ook nu weer wist Wolf zich aan de greep der traditie te ontwringen. In die dagen was de wereld zeer bekommerd om het lot van twee anarchisten, die in Amerika ter dood waren gebracht. Mensen, die beweerden, dat ze het precies konden weten, hielden vol, dat die twee mannen onschuldig waren. Wolf en Mirjam leefden met de strijd om het behoud van die twee mensenlevens intens mee. De ene heette Sacco, de andere Vanzetti.
Om aan hun bewondering uiting te geven hebben ze hun eerste zoon toen Sacco genoemd. Het was in elk opzicht een geniale oplossing: de naam was zinvol, ze braken met een traditie, en de naam begon toch met eens.
De schok, die door Nederland ging toen in 1933 de vervolging der joden in Duitsland zulke onmenselijke vormen aannam, liet ook Wolf en Mirjam niet onberoerd. Evenals zoveel mensen, kostte het hun in het begin moeite te geloven dat de verhalen in de kranten inderdaad op waarheid berustten. Ze wisten wel, dat de jodenhaat in Duitsland altijd op de loer lag, nu eens diep dan weer dicht aan de oppervlakte onder een ogenschijnlijk romantische volksaard. Maar het mócht niet waar zijn, een golf van felle jodenhaat vlak bij de Nederlandse grenzen... de gedachte aan zoiets vreselijks deed hun gehele levensconceptie wankelen.
'Het is wel erg, maar de kranten zullen wel overdrijven.'
'Zoiets kan hier niet gebeuren.'
De eerste stroom vluchtelingen, die kans had gezien uit de hel te ontsnappen, ontnam aan dit zelfbedrog alle grond. Mirjam had zich spontaan opgegeven voor een van de vele commissies, die de hulp aan de stakkers wensten te organiseren. De aanblik van de haveloze vluchtelingen had bij Wolf gevoelens wakker geroepen, die hij bij zichzelf niet had vermoed. Er waren vrome traditionele joden onder de vluchtelingen, maar de meeste waren kinderen van assimilanten. Hun ouders hadden opzettelijk en weloverwogen de traditionele en conventionele banden met het joodse verleden doorgesneden. En het had niet gebaat.
Tegen Mirjam klaagde hij:
'Ze zijn aan het getto ontvlucht. Aan het geestelijk getto, maar nu worden ze er weer in teruggesmeten. Om te ontsnappen zijn er twee nodig, eentje die ontsnapt en een, die laat ontsnappen.'