172 Gis teren komt nooit weerom...
De frase van het geestelijke getto zat met duizend weerhaken in Wolfs hersens vast. Te lang had hij zich met dit dogma gevoed. Hij kon er niet meer zonder leven. Als hij Mirjam kwam opzoeken in het grote lokaal aan de Lijnbaansgracht waar de vluchtelingen werden verzameld, zat hij veel met de stakkers te praten. Na enkele minuten kwam die zin dan uit zijn mond. Het geestelijk getto. Zo dacht hij er nog steeds over. Maar hij sprak de woorden zonder overtuiging uit. Hij had dikwijls het gevoel, dat ze hun kracht en betekenis verloren hadden. Dat hij die woorden gebruikte als een automaat. In een van die gesprekken ving hij een uitspraak op, die hem sterk boeide: 'DerFeind macht uns zum Volke.'
Hij had deze zin nooit eerder gehoord. Van de rijkdom aan gedachten, die deze woorden verborgen, wist hij niets. Hij kende ook niet de geschiedenis van deze gedachtewereld, en hij had nooit de behoefte gevoeld er kennis van te nemen. Maar de zin zelf boeide hem. De woorden gaven uitdrukking aan een onbestemd gevoel, dat hij, zonder het zelf goed te weten, al weken lang bij zichzelf had bespeurd. Voor de man, die de zin uitsprak lag de klemtoon op: Volk, voor Wolf evenwel viel het zwaarste accent op Feind. De afkeer van conventies en tradities, die hij, tot in het belachelij ke, richtsnoer voor zijn leven had gemaakt, keerde hij nu tegen die vijand. De nazi's wilden iedere jood terugdringen in een verouderd jood-zijn. Terug naar een identiteit, die het volgen van tradities en gebruiken impliceerde. Vijand betekent oorlog. Wolf begon zijn oorlog, zijn eigen particuliere oorlog tegen alles wat met het nationaal-socialisme iets uitstaande had.
Het was kenmerkend voor Wolfs ongecompliceerde natuur, dat hij die oorlog voornamelijk voerde als een negatieve actie. Hij was tegen dit en tegen dat. Hij noemde zichzelf: anti-antisemiet. Anti-anti! Van de boycot van Duitse waren, die toen allerwegen in de beschaafde wereld werd afgekondigd, werd hij een der geestdriftigste propagandisten. Hij was overal te vinden, waar geprotesteerd werd tégen het Hitlerdom, tégen de n s b , tégen dit en tégen dat.
Niemand weet of er ooit enige twijfel in zijn geest is gerezen aan doeltreffendheid van zo'n negatieve houding. Het heeft hem in elk geval weinig moeite gekost zichzelf ervan te overtuigen, dat hij krachtig meehielp het gevaar voor Nederland te keren. Hij bleef tot de tiende mei 1940 behoren tot de groep mensen, die zichzelf tot kalmte hypnotiseerden met de woorden:
'Dat kan hier toch niet gebeuren.'