De greep van het getto 169
ook, het zou hem hebben verplicht strijd te voeren tegen een traditie, die een deel van zijn persoonlijkheid was.
Het oude gebruik wil, dat de joden op vrijdagavond, als de zon onder is, de Sabbathbruid verwelkomen met een luisterrijke zang en een feestelijk maal. En in Amsterdam wil de traditie, dat de hoofdschotel in die maaltijd uit kip bestaat, kip, eerst gekookt in de vermicellisoep en daarna nagebraden en afzonderlijk opgediend.
Met dat gebruik en die stupide traditie braken Wolf en Mirjam. Radicaal. Op vrijdagavond aten ze een gewoon maal, met opzet. En dat deden ze ook op zaterdagavond.
Als Mirjam op donderdag wel eens zei:
'He, ik zou morgen best zin in een bordje kippensoep hebben.'
... zei Wolf gedecideerd:
'Kippensoep? Best. Maar niet op vrijdagavond.'
Hün extra maal viel op zondag, op zondagmiddag wel te verstaan, want ze wensten te breken met de traditie, dat de feestelijke schotel 's avonds moet worden genuttigd. Maar wél aten ze elke zondagmiddag kippensoep, de kip nagebraden op de manier zoals generaties voor hen dat hadden gedaan.
Van de plannen om met hun beiden te blijven werken en de twee salarissen samsam te laten doen, was op de duur niet veel terecht gekomen. De eerste jaren was alles verlopen, zoals ze hadden uitgerekend. Ze leidden een best leven, kenden binnen zekere grenzen geen geldzorgen, en kinderen konden wel wachten. Maar toen kwam er in Nederland een beweging op, die wilde verbieden, dat een gehuwde vrouw in dienst van de overheid de plaats innam, die door een mannelijke werkkracht zou kunnen worden bezet. Mirjam was zo'n gehuwde onderwijzeres. Die beweging groeide in kracht. Wolf en zijn vrouw gingen opnieuw aan het rekenen. Ze kwamen tot de conclusie, dat het onder zekere omstandigheden voordeliger zou kunnen zijn, wanneer ze zwangerschapsverlof zou kunnen genieten en zich daarna op wachtgeld liet stellen. Het kostte hun geen moeite tot die slotsom te komen, want eerlijk gezegd, ze verlangden allebei vurig naar een kind.
Toen de bevalling nog hoogstens een maand in het verschiet kon liggen kwam een oude vraag zich in nieuwe vorm aandienen. De traditie. Als de eerste een zoon werd, moest het kind dan besneden worden, of niet?
'Laten we eerst wachten tot het kind er is,' zei Mirjam, 'misschien wordt het wel een meisje.'