De greep van het getto 167
slagen. De oude lui spraken er nooit over, maar dat hoefde ook niet: iedereen begreep, dat ze keuze van meubilair en de kleuren van de stoffering rondweg belachelijk vonden. Maar ze waren verstandig. Ze zwegen. Jonge stelletjes hebben hun eigen smaak. Toen vroeg Wolfs moeder op een avond: 'Gaan jullie alleen op het stadhuis trouwen? Of ook in de synagoge?'
Dat was een vraag naar de bekende weg. De ouders van beide kanten konden weten, dat Wolf noch Mirjam de noodzaak van een kerkelijke inzegening gevoelden. Stel je zo iets belachelijks voor. Was er nu iets conventionelere te bedenken dan zo'n antieke chuppah met een traditionele rebbe en het bruidspaar gedwee volgend wat strenge regels voorschreven. Een ritueel bad. En voorschriften van het rabbinaat wat je en wat je niet mocht doen als je eenmaal man en vrouw bent. Ze hadden zich voorgenomen met elke traditie te breken. Zo'n kerkelijke inzegening was van begin tot eind het geestelijke getto, dat ze juist wilden ontvluchten.
Mirjams ouders zeiden, dat ze beslist geen grijze haren van verdriet zouden krijgen wanneer het huwelijk alleen op het stadhuis werd gesloten. Nu ja, ze zouden het natuurlijk wel aardig vinden als de gezegende kinderen ook naar de sjoel zouden willen gaan, maar voor hen hoefde het echt niet. De bruiloftssoep zou er geen zier minder om smaken. Wolfs ouders bleken echter niet zo gemakkelijk afstand van verleden en traditie te kunnen doen. Niet dat ze zulke slaafse kerkgangers waren, en met de naleving van de honderd en zoveel rituele voorschriften namen ze het ook niet zo nauw. Maar daar ging het niet om. Zo'n kerkelijke inzegening hoorde erbij. Zonder een chuppah was een bruiloft niet compleet. Merkwaardig hoe groot de verschillen zijn tussen ouders en kinderen . De jeugd verfoeit de sleur, de ouders kunnen er niet zonder leven. Niet, dat de ouders van Wolf van plan waren er ruzie om te maken. God behoede en beware iemand voor zulke dwaze gedachten. Zij zouden hun kinderen geen chuppah opdringen. Maar nu het onderwerp eenmaal ter sprake was gekomen, voelden ze er ook niets voor te verheimelijken, dat ze verdriet zouden hebben, veel en diep verdriet, als de gezegende kinderen de sjoel voorbij zouden rijden. Maar nogmaals, de kinderen waren vrij om zelf te beslissen, alleen ze dienden natuurlijk wel te weten hoe de oudjes erover dachten. Wanneer kinderen, geheel uit vrije wil nogmaals, konden besluiten nog één keer de oude traditie te volgen, zouden ze de oudjes toch wel heel erg gelukkig maken. Geld behoefde