66 Gis teren komt nooit weerom...
burgerman, op wie niemand kwaad kon worden.
Hun moderne huisje aan de rand van de stad bijvoorbeeld. Het lag in een geheel nieuwe wijk. Veel zandvlakten, veel weilanden, veel prille boompjes die in de vrieskou stonden te verkommeren, veel aanleg van plantsoenen, die misschien over twintig jaar zouden zijn wat de architect had gedroomd. Wijken en huizen waren een product van de tijd, toen Amsterdam nog naar hartenlust kon bouwen. Het lag voor de hand, dat jonge mensen hun voorkeur voelden uitgaan naar zo'n nieuwerwets tuindorp. Ze hadden allebei een werkkring waarbij ze pas om negen uur bij de baas moesten zijn. Het sprak dus vanzelf, dat ze zo'n licht huis aan de rand huurden in plaats van een ouderwetse donkere woning in de binnenstad. Maar Wolf dramatiseerde die keus. Hij maakte van hun woning een sensatie. Hij en Mirjam hadden zich beslist voorgenomen 'uit het getto te ontsnappen'. Zo noemde hij het. Dat nieuwe huis was een symbool van die ontsnapping.
Een getto in Amsterdam. Met een muur er omheen? En een poort, die op het nachtslot kan? Waanzin! Zo'n getto heeft in de stad nooit bestaan. Nu ja, er is een buurt, die in overwegende mate door joden werd bewoond. Een getto in de letterlijke zin van het woord, is echter heel iets anders. Bovendien is het karakter van die stadswijk in de loop der jaren veranderd. Joden woonden in Zuid, en in West, aan de overkant van het IJ en in Oost.
'Dat getto van jou,' zei ik, 'is een typisch voorbeeld van Jiddische overdrijving.'
'Er is een geestelijk getto,' hield Wolf vol, 'daar wensen wij ons aan te ontworstelen.'
Die zin over dat geestelijke getto kwam me niet onbekend voor. Hij is ergens bij Heijermans te vinden. Ik wist zeker, dat Wolf hem daar had geleend. Wolf las niet veel boeken. Maar er waren een paar zinnen, die hij had opgepikt en die had hij gememoriseerd. Hij dreef op die tweedehands waarheden als een slechte zwemmer op een stel kurken. Dat geestelijke getto was een van zijn dogma's. Hij overdreef de betekenis mateloos. In dat nieuwe huis van hen mocht niets aan het getto herinneren. Ze waren immers ontsnapt.
Omdat het leven wordt bestuurd door machten met zin voor humor, botste de theorie van de ontsnapping het eerst op de praktijk, juist toen Wolf en Mirjam gingen trouwen. Zijn familie en de hare hadden de toebereidselen voor het huwelijk met ongeveinsde belangstelling gadege-