152 Gis teren komt nooit weerom...
se naam had Jan eigenmachtig een tweede voornaam toegevoegd: Jan Anar-chis Bierenbroodspot. Jaren geleden had hij een grote stem gehoord, die hem voorzegde dat hij,JanAnarchis, de grote omwenteling zou voortzetten;in Nederland. Het was deze Jan, die me de vrijheid op een presenteerblaadje aanbood.
Dalvend door Mokum kom ik Jan tegen.
'Sta je op de bikkels?' 'Ja.'
'Wat doe je?'
'Me vervelen.'
'Heb je pieneuten?'
'Geen cent. Te jong voor steun. Ben nog geen achttien.'
'Maar je moet toch eten.'
'Heb ik vanmorgen nog gedaan.'
'Verrek. Je werkt niet en je vreet toch. Dan hoor je bij ons.'
'O.'
'Voel je d'r niks voor?'
'Jawel. Wat is het eigenlijk?'
'Loop een eindje mee, dan zal ikhet je uitleggen.'
Ik loop een eindje mee en ontdek een nieuwe wereld. Het is een gans andere wereld dan die van Sam de Wolff.
De club van Jan Anarchis is niet meer dan tien man sterk. Het is een anarchistische club, die 'Marianne' heet. Zij is genoemd naar de vrouw uit de volksklasse. Marianne, met de losgebonden haren en daarbovenop de rode muts der vrijheidsbent. In het lied zingt zij:
'Ik ben uit het ruwe volk geboren. Straks, als het uur der vrijheid slaat, zal hij als man mij toebehoren, die het moedigst aan mijn zijde gaat.'
Dat zit allemaal in die ene naam besloten, asjeblieft. Ik voel dus wel iets voor die club. Zegt Jan:
'Maar voor één ding moet ik je waarschuwen. We zijn geen ontwikkelingsclub.'
Nu is ook het laatste beletsel voor mijn toetreding vervallen.
Het is een groep, bemerk ik spoedig, waarin niemand gezag uitoefent. Geen bestuur, geen leden, geen contributie. Niemand is tot iets verplicht. Je doet waar je zin in hebt. Meestal hebben ze nergens zin in en dat doen ze dan energiek.