Lord Drol 151
ze ook de zekerheid geërfd, dat de tegenstellingen tussen mensen duizenden jaren oud zijn. Ze vatten hun sceptisch oordeel samen in één naam: Blinde Maupie.
Blinde Maupie is een man uit de buurt, die - zijn naam zegt het al -volslagen blind is. Als hem iets wordt verteld, wat hij niet gelooft, zegt hij:
'Zeen-mosj-isj.' (Ik moet het eerst nog zien.)
De arbeiderssolidariteit... blinde Maupie.
Onze jeugdorganisatie is een geseculariseerde joodse gemeente. Opperrabbijn is Sam de Wolff. Hij commentarieert. Hij interpreteert. Wee de lagere rabbijnen of de volstrekte leken, die tegen zijn exegese steigeren. Met zijn vlijmscherp sarcasme snijdt hij hen eerst de strot af. Daarna hakt hij hen met de bijl van zijn gein in stukjes; en ten slotte begraaft hij de zielige restanten onder zijn mateloze verachting.
Onlangs heb ik ergens gelezen, dat de Mokumse socialistische beweging uit die tijd zulke sterke joodse trekken vertoonde. Zij zou zich daardoor duidelijk hebben onderscheiden van het socialisme in Dokkum. Wat u niet zegt!
Maar Sam de Wolff, voor wie ik mijn hele leven een diepe veneratie heb gehouden, is in Sneek geboren. In Sneek. Het Heitelan had dus de eerste keus uit het nest. De Friezen hadden als hun leider Sam kunnen bemachtigen. Sam de Wolff of Wim Banning, van kleinigheden hangt de loop der historie af. Maar al had hij het levenslicht in Patagonië aanschouwd en al ware de wereld honderdmaal groter, er was maar één plek waar Sam terecht kon komen: in een socialistische beweging en in een joodse buurt. Dankzij hem maakten wij ons spelenderwijs een zeer spitse methode van denken en redeneren eigen. We werden een kruising tussen Mozes en Hegel. Het was een geestelijke dampkring. Had je het eenmaal te pakken, dan was het net als ischias, je raakte het bijna niet meer kwijt.
Ik had al vele tikken van deze molen beet, toen ik plotseling balsturig begon te worden. Ik wilde eens iets anders. Zomaar.
Ik vond, dat ik eens rond moest kijken in de vele andere bewegingen die eveneens in Maison Waterloo hun oratorische feesten vierden. Ik had er de tijd voor. Ik was toch werkloos. Dat was in de jaren 1916 en 1917.
Van de eindeloze zaterdagavondse debatten op de Nieuwmarkt kende ik een volwassen man, een zekere Jan Bierenbroodspot. Hij imponeerde mij door zijn gedetailleerde kennis van de Franse revolutie. Hij ging naar bed met Charlotte Corday en hij stond op met Robespierre.Aan zijn degelijke Holland-