Lord Drol 147
reld zouden gaan veranderen. In die ruimte heb ik de eerste openbare rede van mijn leven gehouden. Ze duurde niet langer dan een halve minuut en ik had een uur daarna nog klamme handen. Maar ik mócht niet zwijgen, want de penningmeester had twee spie te veel aan porto uitgegeven voor een brief, die een lid had ontvangen, en dat lid was ik. Onder mijn uitgebreid en aandachtig gehoor zat een zoon van een sigarenmaker, een zekere Jan Bommer, die tegenwoordig vice-voorzitter van de Tweede Kamer is; en een drukkersmaatje, ene Henk Korte, nu vice-voorzitter van het nw; en de zoon van een slagersknecht uit de Oosterparkbuurt, ene Jan Lebon, thans beheerder van de miljoenen van de vara. Geen slecht auditorium vooreen maidenspeech,maar achteraf ben ik bescheiden genoeg om te erkennen, dat mijn welsprekendheid hen minder zal hebben geboeid dan het onderwerp.
Al die jongens waren aan het schoolverband ontsnapt,maar ze bleven bij elkander klitten. De wereld steunt op nieuwe krachten, zongen we, en die nieuwe krachten, dat waren wij... wij... wij!
Mijn schooljaren en een vervolgklasje heb ik uitgezeten. Overdag verveel ik me stierlijk op een mulo . Ik heb tijd teveel. De leerstof vind ik een zacht eitje. Als ik even naar een bladzij van een leerboek kijk, ken ik de tekst uit mijn hoofd. Meer wordt niet van me verlangd om een goed cijfer te winnen. Het begrip zal later vanzelf wel komen, of het komt helemaal niet, ook 'n zorg. Maar 's avonds vreet de politiek al mijn aandacht met grote happen op. Er bestaat een socialistische jeugdorganisatie. Om daarvan lid te worden, moet je veertien jaar oud zijn. Omdat de socialisten echter de hele wereld willen veroveren, heeft het bestuur geen tijd naar een uittreksel uit het bevolkingsregister te vragen. Ze vermoeden wel, dat ik een zevendemaandslid ben, maar in de club ziet iedereen me toch voor vol aan.
Mijn eigen club is niet het enige gezelschap, dat met succes de holle ruimte van het feestgebouw met gerucht tracht te vullen. De jeugd is het exercitieterrein voor volwassen politici, die zeggen: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Ze weten niet, dat de waarheid precies andersom is: wie de toekomst heeft, heeft de jeugd. De politieke amateurs en professionals proberen er bij ons proefondervindelijk achter te komen, of ze hun toekomst nog vóór zich ofwel reeds achter de rug hebben. In Mai-son Waterloo beraadslagen altijd vele richtingen. Linksen en rechtsen, steilen en rekkelijken, fanatici en verdraagzamen. Sneevliet komt bij ons spreken en hoe! De rechtsen gaan met hem in debat, want hij is een be