Grafschrift voor een ziener
De Banaat is een grensprovincie in het zuiden van Hongarije. In de loop der tijden hebben vlaggen van vele landen uit de galmgaten der lage kerktorentjes gewaaid. De pachters en de boeren zijn eeuwen achtereen verkwanseld, getuchtigd en beroofd. Duizend jaar lang is er bloedig gevochten om het recht hen rechteloos te behandelen. Vreemde legers trokken hun voren van moord, verkrachting en verwoesting. Opstanden woelden de bevolking om als een akker in het voorjaar. Elke oorlog, elke vrede, elke dronkemansrel en elk feest eindigde met dezelfde kreet:
'Hep, hep, hep, rijg de jodenkindertjes aan de hooivork, God zal het u lonen.'
De joden in de Banaat zijn afstammelingen van de vluchtelingen, die in het begin der christelijke jaartelling uit het Heilige Land langs de kusten der Zwarte Zee eerst noordwaarts en daarna westwaarts trokken. Tweeduizend jaar lang zijn ze de verliezers geweest. Een ondoorgrondelijk mysterie deed sommigen in leven blijven, die zich vermenigvuldigden, totdat opnieuw de gillende kreten van de pogrom door de kleine staedteles loeiden. In de Banaat ontvluchtte generatie na generatie de wrede wereld in tijdloze overpeinzingen. De joodse kinderen in de Banaat waren oude mannetjes nog voordat ze kerkelijk meerderjarig werden. Kinderen én volwassenen werden mystici, wie het ongeziene allengs vertrouwder was dan de dagelijks waarneembare werkelijkheid. Elke familie telde profeten, die in hun eigen onstoffelijke wereld leefden. Iedereen gehoorzaamde elke ingeving.
Avrom en Vranja Nahum volgden zo'n mystieke aanzegging, toen ze hun staedtele verlieten en uittrokken naar onbekende verre landen. De grote stem had Avroms naam geroepen: trek naar het Westen tot de plek waar het land ophoudt en de zee begint; daar zal U een zoon worden geboren. Vranja was toen reeds drie maanden zwanger. Avrom had in zijn eigen hoofd trouwens al eerder de gedachte beluisterd om te emigreren.
'Ga uit Uw land en uit Uw maagschap...' In Nederland vonden ze de plek waar het land eindigt en de zee begint. Niet dat ze op het strand gin-