124 Gis teren komt nooit weerom...
De kinderen evenwel draaien er geen doekjes om. Ze zeggen met een eerlijk gezicht:
'Hes, we hebben geen centen voor het buffet. Magge-me er even uit, een negerbal voor een halfje kopen, bij Jamin.'
Dat is een valide reden. Evenwel, als ze terugkomen ontstaan nieuwe problemen. Hes heeft namelijk opgemerkt, dat er soms meer kinderen terugkomen dan hij verlofheeft gegeven om eventjes naar Jamin te gaan. Hij heeft echter een prima controlemiddel.
'Maak je mond eens open.'
Als er restantjes negerbal tussen de kiezen zitten, is Hes overtuigd, dat het eerlijke zaak is. Het is niet erg hygiënisch, maar dit is immers Amsterdam, achter in de twintiger jaren.
Hoogtepunten in het leven van Tsip-Tsop vormen de films met typisch joodse onderwerpen. Die maken (in de hele stad) zo'n diepe indruk, dat de mensen er jaren later nog over zullen spreken.
'Dybuk', de Pools-joodse film. 'Jiddel mit de fiddel', en de film, die ome Jozef heeft laten maken, speciaal voor het geachte en geëerde publiek van het Tip Top Theater, de film 'Simche en Sores'. Simche en Sores betekent: vreugde en leed...
De sores, het leed, stortte zich op 10 mei 1940 op het goede Nederland. Het lag op de loer tot die vervloekte dag, d£ 22ste februari 1941. Het was een Sabbatmiddag. De geschiedschrijver1 vertelt:
'Mannen, die gearmd liepen met hun vrouw of verloofde, werden weggerukt; lieten de vrouwen niet direct los, dan werden ze in het gezicht en op het hoofd geslagen. Kleine kinderen, die door hun vader werden gedragen, werden ongeacht of er een oudere bij was, onder erbarmelijk gehuil uit de armen van hun vader gerukt en aan hun lot overgelaten. In het Tip Top Theater kwamen de Duitsers schreeuwend en met het geweer in de aanslag binnen. De mannen moesten aan de zijkanten gaan staan. Een jongen, die probeerde te vluchten, werd vanaf het bordes in de hal getrapt. In de Jodenbreestraat werden mannen mishandeld en in de richting van een overvalwagen getrapt.' Op die Sabbatmiddag stierf Tsip- Tsop...
1 B.A. Sijes, De Februaristaking (Nijhoff, 1954)