op de Dijkgracht of in de Lindenstraat. En toch ondergaan de Joodse jongens en meisjes de matiging van een godsdienst, die ondogmatisch, meer levensrichting dan religie is. De Joodse ouders beschikken over een geheimzinnige intuïtie, waarmee ze die alles wetende jongens en meisjes betrekkelijk kuis weten te houden. Een koesterende liefde verwarmt elk leven in elk gewoon Joods gezin.
Bij materiële tegenspoed troosten de volwassenen elkaar: 'Als de kinderen maar gezond zijn...'
De kinderen voelen niet de behoefte buitenshuis iets te zoeken dat voor genegenheid doorgaat. De ouders leggen de gezinsfeesten als vestingmuren om de kinderen heen. De besnijdenis van de jongens is een feest van de eerste orde, al heeft het knaapje zelfer meer pijn dan weet van. Wanneer de meisjes de leeftijd der lichamelijke volheid hebben bereikt, voelt moeder zich verplicht voor de buren en naaste vrouwelijke familieleden een extra kop koffie te schenken met een stuk cake. De uitnodiging en de reactie erop zijn in klassieke bewoordingen vervat. Het is meestal een van de kinderen die de boodschap overbrengt: 'Tante, moeder vraagt ofU een kommetje koffie komt drinken.' 'Waarom ?'
'Sientje is een groot meijje, zegt moeder.' * 'Sientje? Aardig snel.'
Omdat de ouders geheel voor hun kinderen leven, praten ze voortdurend over de toekomst van hun kroost. 'Mijn oudste zoon heeft een goeie kop, zegt de meester van school. Als God me de verdienste geeft, mag hij later doorleren.' 'Weet het gezegende kind dan al wat hij later wil worden ?' 'Nee, dat niet. Misschien dokter, misschien advocaat, één van
88