unbeschrien-unberufen - bezweringsformule tegen onheil.
verder geen leed - wens bij een
sterfgeval, verknokken - verprutsen, vernieuwen - rente betalen bij de
bank van lening, verstjeren - bederven, verstoren, voor goumel - ten einde onheil af
te weren, voor knoeg - voor toespijs vrotzak - viezerik.
vrije chassene - vrije bruiloft.
W
waasj ich viel - ik weet 't niet. wam - buikstuk van vis. wegleggen - sparen, wyer ('het zal U nog wel wijer
worden') - meer weedom, wijtik (of weiteg) - ziekte.
zoger - soort soep. zoodje tinnef - afval.
199