Ik overschrijd de grens tussen niets en iets. Dagen worden uren en uren seconden.
Ik lig weer in de warme bedstee drie hoog in de Markensteeg nummer negen. Beneden in de woning van juffrouw Ettie van Praag klinkt gestommel. Dat is haar zoon Manus, die gymnastiekmeester is. Kinderen in bed zien met hun oren. De stok van Japie Schapendief rommelebomt op alle deuren. 'Opstaan, zes uur, over vijf minuten is het halfzeven.' Over vijf minuten zullen ze opstaan, allen, die nu in de slaap zijn weggedeind naar onbekende landen waar de golven van het onbewuste breken op onbestemde kusten. Vijf minuten, die eindeloos zijn, bijna zo eindeloos als de eeuwigheid.
Ik zat in de bioscoopzaal van Kriterion in de Roetersstraat. Alleen hij die de zaal vroeger heel goed heeft gekend, kan er het oude Handwerkers Vriendenkring in terug vinden. Op het doek schoofde film voorbij vanJacobofsky, het verhaal van de Joodse vluchteling, die in een bizarre symbiose met een Poolse anti-semiet de vrijheid voor beiden terug vindt. Danny Kaye speelde zichzelf en alle Kaminski's. Het is een tragische film, die tot de toeschouwers zegt: 'Lach dan als je niet wilt huilen.'
Het is een film, rijk beladen met schone gedachten. Een film, die het publiek in de zaal onophoudelijk de vraag in het geweten brandt:
'En wat deedt Gij om deze schande te voorkomen ? Wat deedt Gij, en gij en gij...?'
Een deel van de toeschouwers zat stil en ontroerd. Een ander deel gierde.
193