broque, zijn afkeer van de politie van Wibaut mate- en zijn haat jegens het Huis van Oranje redeloos. Hij is een atheïst met een negatief geloof, waarvan de belijdenis vergt, dat hij de God, die niet bestaat, uitscheldt. Hij onderbreekt zijn scheldpartijen slechts om zijn buurman de zendeling Baas in de maling te nemen. Want een gelovige buur is erger dan een verre atheïst. Kraait hij met zijn kweeën-stem:
'Onderlaatst sting een juffrouw hier voor me tonnetje en opeens zegt ze: Zuurbier, zegt ze, ze hebben me tasje gestolen; kijk, bij het hengsel hebben ze het schoon afgeknipt, mijn tasje en mijn porte-met-niks zat er in en het huishoudgeld van mijn man en o, Zuurbier, zegt ze, wat zal ik doen, zal ik naar de klabakken van Wibaut gaan en schadevergoeding eisen ? Ik zeg: mens, zeg ik, hebben ze je tasje afgeknipt, dan moet je niet bij de klabakken van Wibaut wezen, want die jatten ook nog de riempjes, nee dan moet je wezen bij die vrijer hiernaast. Die staat maar steeds te roepen: En de Heer sprak tot de schare: knip, en de schare knipte, nou en toen heeft die zakkenroller gedacht, als de hemeldragonder het zegt, dan moet ik knippen en toen heeft hij je tasje gejat, maar treur d'r maar niet om, hoor, je was je huishoudgeld toch kwijt geweest, want het vorstenhuis moet weer opslag hebben, ze kan d'r niet van rond-kommen, heeft ze gezegd, en nou moet er gedokt worden, voor het vorstenhuis, jawel, en nou zeggen ze nog wel, dat er een tekort aan huizen is, maar ik weet een hoop huizen, die nodig opgeruimd moeten worden, de pothuizen, de rothuizen en de vorstenhuizen. Die vrijer hiernaast heeft onderlaatst examen gedaan in de Godgeleerdheid, ik weet het, want ik heb naast hem in het zweetkamertje gezeten toen hij naar de perfester moest, affijn, hij was nog niet aan de beurt en de student, die voor hem
154