Voortgang na strubbeling.
Men heeft veel horen spreken over 't Marshall-plan en de Marshallhulp. Volgens dit plan stelt Amerika aan alle landen, die wensen deel te nemen (dus ook aan de landen in Oost-Europa, en dus ook aan Rusland) — wij herhalen: volgens dit plan stelt Amerika aan al die landen duizelingwekkende bedragen ter beschikking voor de wederopbouw.
Die bedragen geeft het deels in de vorm van geld, deels in de vorm van grondstoffen, machines en goederen.
Een groot deel van die Marshall-hulp geeft Amerika ten geschenke. Onder zekere voorwaarden, die we met een vereenvoudigd voorbeeld zullen verduidelijken.
Stel bijvoorbeeld, dat Nederland van de Marshall-hulp een machine cadeau krijgt ter waarde van ƒ 100,—. De Nederlandse regering betaalt daar niet voor. Maar zij geeft die machine aan een fabriek in Twente. En die fabriek betaalt voor die machine aan de Nederlandse regering wel ƒ 100,—. Die honderd gulden vormen dus de tegenwaarde voor die machine. Al deze tegenwaarden doet de regering van Nederland nu in één pot (de ״tegenwaarde-rekening").
In overleg met de mensen van het Marshall-plan kan de Nederlandse regering al het geld uit die pot voor doeleinden van wederopbouw besteden.
Voor zover Amerika zelf bij de Marshall-hulp is betrokken, kan men redeneren: het geld, dat ze nu aan Marshall-hulp besteden, zouden ze anders aan ondersteuning van werklozen in eigen land moeten uitgeven.
Maar in werkelijkheid is de Marshall-hulp het resultaat van een veel ruimer gedachte.
In het verleden was de gruwelijke kern van het werkloosheidsvraagstuk immers juist: duizenden schoenmakers zijn zonder werk omdat honderdduizenden mensen geen geld hebben om schoenen te kopen. Duizenden kleermakers zijn brodeloos, omdat honderdduizenden te arm zijn om kleren te kopen.
Wij, democratische socialisten, hebben het kapitalisme in staat van beschuldiging gesteld. Want, zo zeiden we, de crisis is niet een gevolg van te veel aan voortbrenging, maar van te weinig aan gebruik, niet van een te veel aan voortgebrachte goederen, maar een te gering verbruik van wat is voortgebracht.
Het Marshall-plan is in de kern een omwenteling, want:
ten eerste: het neemt als maatstaf de behoefte aan;
ten tweede: het ziet de gehele wereld als één grote huishouding;
ten derde: het gaat uit van het grondbeginsel, dat vraagstukken als werkloosheid, voortbrenging en verbruik slechts in een internationaal kader kunnen worden opgelost.
En dat Amerikanen mede uit overwegingen van eigenbelang tot deze plannen zijn gekomen, kan ons als socialisten slechts verheugen. Want alleen met liefdadige bedoelingen kan men de grote vraagstukken van onze ingewikkelde wereld toch niet oplossen.
Als men de kern van het Marshall-plan in één enkele volzin wil samenvatten, dan moet men zegeen:
Door het Marshall-plan hebben de vrije volkeren van de gehele
94