wegen. (Ik moet zeggen, dat Grijze Jaap niet erg origineel was in zijn middelen; er kwam altijd een anto aan te pas.) Zijn moordaanslag zou waarschijnlijk zijn gelukt, als Tony Toeroen mij toen niet met grote tegenwoordigheid van geest in het portiek van de Green Parrot had getrokken, maar Dick Dolittle was er vrij beroerd aan toe, al is een gebroken sleutelbeen wel pijnlijk, maar niet direct dodelijk. (Hij is in een New Yorks ziekenhuis intussen aardig opgeknapt).
Ik moet nog even terugkomen op het gesprek, dat rechercheur de Wilde met mij in het Amstelhotel had om te weten te komen wat voor rare knaap Don Ferrares was geweest en ik vermoed, dat hij tegelijkertijd wilde weten wie ik was: de aanwezigheid van Dick Dolittle, die zijn papieren van het F.B.I. toonde, helderde alles op. Het was daardoor, dat rechercheur de Wilde de avond van diezelfde dag tegen Tony Toeroen kon zeggen, dat ze in heel diep water zwommen. Voor mij stond het inmiddels vast, dat ik uitermate voorzichtig moest zijn, wilde ik Bill Logans wantrouwen niet wekken. Wie van mijn kring kon ik vertrouwen en wie niet? Hoeveel had Don Ferrares aan anderen verteld? Wat had hij uitgevoerd? Ik vermoedde meer dan er in werkelijkheid was gebeurd, maar zo gaat het nu eenmaal dikwijls.
Mij was de frappante gelijkenis van Tony Toeroen met wijlen Don dadelijk opgevallen; bovendien, die Tony beviel me, hij was resoluut, hij was niet bang en hij leek me een ruwe, maar trouwhartige man. Mijn eerste gedachte was, dat Tony voor Don zou doorgaan om mij op deze wijze gaandeweg te kunnen vertellen wat
184