voor rare vogels om Don heen hadden gevlogen. Grilly was bij mij door Don geïntroduceerd, dus mijn wantrouwen tegen haar, dat toch al bestond, werd nog groter en om haar te bespioneren nam ik Molly in dienst, Molly, die ik onder ons gezegd en gezwegen, een prachtige, flinke vrouw vind.
Mijn berekeningen liepen echter in het honderd, om-'dat de liefde zich niet laat bedriegen. Immers Grilly, die een jarenlange verhouding met Don had gehad, merkte onmiddellijk, dat Tony een heel ander slag man was dan haar vermoorde minnaar. Aanvankelijk heb ik daarna niet goed geweten welke taktiek ik zou volgen. Ik zat in een ongezellig groot huis op het Engelse platteland met een wonderlijk gezelschap misdadigers en kwasi-misdadigers. Daar waren de drie T's, die mij ter extra bescherming door het F.B.I. waren toegevoegd (soms denk ik, dat het F.B.I. me nog niet helemaal vertrouwde, zoveel mensen stuurden ze op me af!) Om zo echt mogelijk te lijken, vloekten en sakkerden Totsy, Trotty en Topsy als dronken Lascaren; verder waren er Sammy, Grilly en Nickey, welke laatste veel spieren, maar weinig hersens heeft. Ik zag al spoedig, dat Grilly al of niet gemeende gevoelens van wat zij als liefde beschouwt jegens Tony aan de dag legde en ik hoopte, dat zij misschien loslippig tegen hem zou worden, waardoor ik een nieuwe verbinding naar Bill Logan zou kunnen leggen. Om die reden liet ik Molly een kleine week in het hotel op mij zitten wachten. Om diezelfde reden ensceneerde ik de rit naar Hatton Gardens en het goo-cheltrucje met een koffertje, dat later onder de voorbank van de auto stond. Ik had gedacht, dat Tony zou weten,
185